Het gezeefde gedicht | Het Gezeefde Gedicht


MAART 2017

Frie J. Jacobs
Hans Van Miegelbeek
Wim Vandeleene
Astrid Aerts
Stijn Viaene
Lander Severins
Marieke Maerevoet

Frie J. Jacobs

Zoals haar gele jurk

Zoals haar gele jurk lacht naar de zee, zo wuift ze
vaarwel naar een zomer, de hemel en ook naar jou.

Of je gaat mailen later, of whatsappen misschien?

En als veel mensen schelpen rapen zakt het strand,
vaart het schip aan de horizon tot aan je zandkasteel.

Om samen de zeilen te zetten naar het paradijs.
Voor altijd. En of ze haar gele jurk zal dragen dan?

Op zo’n toon van mooie liedjes duren niet lang.

Ondertussen loop je verder op blote voeten, zo
neem je altijd een beetje zand met je mee.

Hans Van Miegelbeek

Reno*

Hier dobbert men op onzeker water, is tijd een golfslag tussenin
een thuis van verlaten verhalen en hoop die hen drijvend houdt.

Hier is een nieuwe wereld gestapeld tot gelijke kamers,
is de gang een marktplaats voor het warme ruilen.

Hier klinken hallo’s boven de loopplank van gedeelde talen,
is het een hangen tussen wal en schip tot de brief komt.


*
Privaat opvangcentrum voor asielzoekers op een boot genaamd Reno aan de Rigakaai in Gent.

 

 

De Krook*
(met een knipoog naar L. Cohen**)

Er is een krook in de gevel, maar ook
een krook in iedereen. Zo komt het binnen:

een brug van taal die ons doet spreken
tot wij luisteren,

een kaft van glas die opent
tot wij beleven tot zelf schrijven toe,

een handschoen van vernieuwing
die je aantrekt voor een toekomst die wenkt,

een lach van wezens die op jou en mij gelijken.
Wie dit beantwoordt, geraakt geliket tot vriend.

Zo is er een krook in iedereen die maakt tot wie je bent:
Krookenaar en lid van deze wereld.

*
krook: kreuk, kraak, scherpe bocht in de Schelde alsook naam van de nieuwe centrale bibliotheek in Gent.
**
there is a crack in everything, that's how the light gets in

Wim Vandeleene

SPOORLOOS

ergens in het veld raak ik je sporen kwijt.
dus keer ik terug. langs de voetafdruk,
de geknakte tak, het platgetrapte gras.

ze bewijzen je.
de sporen verbind ik tot een zigzaglijn.
ze liegen niet, als ik ze juist lees.

de vette vingers op de deurknop,
een haar op het glazuur van het bad.
je parfum dampt nog uit het kussen.

wie grift de momenten in de lei?
wie legt ze laag na laag in laden?
het geheugen is een volle kast.

 

ECHO

heb er iemand bij.
een vrouw vermoed ik want ze zegt
wat ik zeg zo identiek aan mij
maar dan een octaaf hoger,

alsof ze niets kan verzinnen.
alleen volgen. ze valt na een kwarttel in.
zo beleefd is ze wel. ik mag beginnen.
de sopraan spiegelt mijn stem.

wil haar masker af maar ze blijft lucht.
buiten tast ik in struiken. binnen pel ik het behang los
alsof ze in muren drong. soms laat ik een pauze

in het midden van mijn zin, in de hoop dat.
haar stilte ken ik ondertussen. ze komt uit mij.
beter dat ik zwijg of aan haar wen.


Astrid Arns

Schrikkeldag

Op een dag ga ik bij je zitten. De zee ligt in de schaduw.
Langzaam zweeft een veer voorbij en er is sneeuw op komst.
Zonnevlekken schuiven over het zand.

Een visser neemt grote stappen in de branding en we rillen als katten.
Ik wil mijn handen in jouw zakken steken maar streel je wang .

Je kaakspier ontspant. Wij zijn elkanders zelfportret.
Staan naar de wind gekeerd en staren naar verloren schepen.

Hoeveel jaren hebben we geleefd,de schrikkeldagen inbegrepen?

 

Onmacht.

Zaterdagmiddag. Ik waaier de zon van me af.
Schreeuw woorden met dikke tong. Schrik van mijn eigen stem.
In huis blijft elk geluid aan muren kleven.


Ik kan de huid van je schedel zien. Je slurpt het schuim van de koffie
Tekstwolkjes hangen boven je hoofd.
Ik soldeer letters aan elkaar tot het donker wordt.
Tot je de deur achter je dicht slaat.

Wind slaat regen tegen het dak. Er vallen druppels in je nek.
Ik wil je uit het water halen maar ik kan niet zwemmen.

 

Stijn Viaene

Alles heeft een bodem (part 1)

met beide handen rond een fles
houd ik me vast
en wacht tot ik weer eens aanspoel

een vliegtuig waait over
alsof het geen moeite kost

wat ik wel begrijp
dat het van op het strand gemakkelijk lachen is

een emmertje, een schepje
en de fantasie van een kind
meer is er niet nodig
om heel de zee te vangen


Lander Severins

zand

ze zeiden dat ik naar boven moest kijken
ze zeiden dat ik moest zien
dat ik mijn hoofd in mijn nek moest leggen
en de nacht moest snuiven
ze zeiden dat ik mijn ogen weer moest openen
en dan naar boven kijkend
de sterren in moest kruipen
ze zeiden dat ik moest dromen
denk ik
maar misschien begreep ik hen verkeerd
ze zeiden dat ik met mijn knieën in het zand moest
ze zeiden me mijn diepste wens te fluisteren
ze zeiden dat ik de nacht moest snuiven
de sterren in
denk ik
ze zeiden dat ik moest kijken
ze zeiden dat ik keek maar niets meer zag
ze zeiden dat ik de sterren in moest kruipen
ze zeiden echt dat ik moest dromen
dat geloof ik toch
maar misschien begreep ik hen verkeerd
want hier zit ik op mijn knieën
in het ongedroomde zand
met mijn hoofd in mijn nek
mijn ogen wagenwijd open
met mijn fluisterende lippen
en m’n neus vol opgesnoven nacht
mijn hoofd de sterren in gekropen
maar ik zie niks meer dan zwart
ik dacht dat ik moest dromen
dat zeiden ze
geloof ik


Marieke Maerevoet

no reply

zeggen ze nu dat haar huis geen drempel heeft,
zeggen ze dat ze nooit de deuren sluit, te vaak
de ramen zeemt?

zeggen ze nu dat er geen tijd meer rest
om gordijnen te weven, kieren te dichten
sleutels te smeden?

zeggen ze dat ze het water nog met emmers put
en uren wacht aan het zebrapad
eer ze over durft?

geeft ze geen antwoord dan, vreest ze misschien
de stormen al vanaf de eerste donderslag,
is ze vleugellam?