Het gezeefde gedicht | Het Gezeefde Gedicht


SEPTEMBER 2022

Marije Smits
Goedele Horemans
Norbert De Meyer
A.E. Westerling
Sofie Van Volsem
Koen Dorleman  
Laila Bakker
Bert Struyvé
Marc Rothheut
Trui De Mulder
Jan Hardeveld

Marije Smits

07:20

De dag bevalt van een nieuwe dag in de nacht, ik adem achter mijn oren.
Geef de brui aan de wereld.

Ik laat Amerikaanse woorden in mijn oor fluisteren.
Mijn huid gloeien, iets met geur, denk over vluchten naar een zangoord.

Voor het zachte wezen ben ik de hoeder.
Ik denk deze toe met mijn handen, de beweging die ik maak vertelt 
   de wereld opzij te gaan.

Zal ik zo'n mevrouw kiezen die weet hoe ze haar oogschaduw op moet doen, 
goed op de foto staat. 
Als ik dan op de foto moet, dan wil ik aarzelend, verwonderd.

Het is niet de bedoeling dat ik alleen mijn eigen zussen tot helden uitroep.
Ook mannen dragen hun haar in vlechten en bewaren hun zachte krullen 
   voor de nacht.

 

***

 

put

in een ander tijdvak een artsenpraktijk en dan de wandeling terug naar huis
met eerst een dijk een plas donker water ik weet dat het diep is en dan val ik
in het water neus mond en lippen erboven houdend

de grote tas transparant met de telefoon er in schoongewassen in de regen
we vervolgen onze weg het gevoel blijft

ik droom van putten afgronden de dagen gaan als happen van een maaltijd
door me heen

langs de kant van het water een meerkoet die zich wast in een dans twee vogels
spelen vallend in de lucht er is een jonge kat die zichzelf overschat

het is stil als ik de ruimte binnen loop de zon staat op het veld in het bos en 
het licht valt door de open vensters naar binnen

gladde houten gezichten liggen in de brede vensterbanken
kijken naar buiten en omhoog

met mijn hand zou ik het oppervlak kunnen voelen de vormen volgen maar
de stilte in de ruimte weerhoudt me ervan ze aan te raken

er is een mens voor elke dag van het jaar één
dit is mijn familie, hier hoor ik thuis


Goedele Horemans

Waar nu mijn huis staat


De honger was gekrompen tot een vuist
onder het deken. De dreiging van de oorlog
trok zich terug in coulissen. Mensen sliepen.

Zij hoorden haar niet komen, de vliegende.
Knetterend kerosine. Onderweg op scherp gesteld.
Vergelding was een pasta in haar romp.

Toen het gebrom wegviel, zuchtten zij,
gleden dieper weg in hun eerste slaap.
Zeven die daar bleven. Acht gekwetst, in leven.

 

***

 

Het glas

Een glas in de hand.
Geeft vorm aan de drank.
Door de wand voelt het koud,
wijnrood of goud.

Ting bij een toast, klink op succes,
Iets te vieren, te wensen, te hopen.
De rand en de drank, een schommeldans
van wijken en wenken en overlopen.

Dorstige keel, drinkt te vlug, te veel.
Een volle blaas, duizel en daas,
te diep in het glas gekeken.

In de onvaste draai, het gelal,
het gestommel, gestuntel, de val
zal de hemel in scherven breken.


Norbert De Meyer

opnieuw

eens zal er niets meer zijn
dan het ruisen van jouw bandeloze woorden
toen schurend en schuw als rock-'n-roll
nu verworden tot sprakeloze tango
het restant sluimert in het zwijgen

wij droegen het masker van de luiheid
nestelden ons in lakens vochtig als dauw
herlazen tevergeefs het oude boek
verspilden de tijd met knipsels van verbeelding
en altijd hadden we zowat alles vergeten

eindelijk kwam de morgen weer
met slechte adem en straatgeluid
de schutterende bedlamp een bliksemschicht
gereutel van sputterende motoren
de wereld schokte wakker en je woonde weer in mij

 

A.E. Westerling

Over Paul Van Gysegem

Zwart is het landschap waar de kunstenaar 
met barbaren vecht in spijkerschrift.  

Daar brandt hij zijn contrabas tot as, 
daar moet hij steeds opnieuw leren vliegen 
met zijn zwakke vleugels geplakt met was. 

Daar schreeuwen zijn overspannen snaren 
gesyncopeerde kreten in contrapunt 
voor de borsten van de moedergodin. 

Daar moet hij steeds weer te pletter vallen 
en arceren tussen idee en textuur. 
Daar maakt hij luchtfoto’s van doolhoven 
waar hij op zoek gaat naar de goden 
en het oeroude vuur. 


Sofie Van Volsem

De parade

Levendig
Als lentebriezen die likken aan nattig wiegende was
En verderop dollen met plastieken zakken

Omzichtig
Als kattinnentanden in pasgeboren kittennekken
En imkershanden boven verzadigde honingraten

Kwispelturig
Als een labradoodle in een verlaten kippenren
En de rosse bloembindster op de zondagse Kouter

Dunnetjes
Als minister-presidenten in septemberverklaringen
En hun beleidshomeopathie van elks een schijntje

Theatraal
Als Freddy Mercury in premillenniaal Barcelona
En Meghan niét op het Buckinghams jubileumbalkon

Beslissend
Als de strafschop van Messi gestopt door Courtois
En stemmen hertellen in Georgia en Florida

Zo glijden je vingers luidstreels paraderend
Van de noordpool van eenzaamheid
Tot de zee van vergetelheid en irrelevantie


Koen Dorleman

Gesprek

mijn stem weerkaatst als een weeskind
haar hal, haar living, haar ogen

willen verhalen ophalen terwijl ik zoek
door het achterraam naar de stad

die me een vlotte taal gaf
en me vergeten in de handen duwde

maar haar geruite voorschort wekt
mijn geboortehuid waaruit mijn kinderstem kruipt

wanneer haar hand onverwacht
tast naar mijn wang
wordt ze weer moeder en verlangt
dit gesprek naar een tolk

om omhelzen te gebaren.


Laila Bakker

Een goudvis overleeft beter in een kom dan in een aquarium
Dit is geen regel

Soms krijg je er twee, ze lijken op elkaar, toch sterft er één meteen, de ander wordt vijftien jaar

Hoe je een goudvis twee keer kunt reanimeren, hoe de derde keer niet lukt, een vis is wit uitgeslagen,
een wijklade aangetrokken zodat God hem herkent

God kan een koe zijn, een wolk, een man achter de schroevenbak in de Praxis, een koe, een koe die vissenlevens geeft en neemt. Het water is de aarde, het gras de lucht

Een jonge vrouw vertelde me eens over versteend raken, een metaforische hamer vinden en hoe je licht kunt zien,

ze zei dat goudvissen niet in een gedicht horen
En atheïsten onder elkaar praten eerder over sterren constellaties dan over of God vier magen heeft.

 

Bert Struyvé

Losse eindjes

 

de vaste klant buigt zich met wereldwijze blik over de toog:
ik hoor niets meer over zure regen, muisarm, de paarse krokodil
het lijkt mij een geniaal plan: het kweken van vergetelheid
en de geest laten uitlekken buiten de fles

en toch, voegt hij toe:
er drijft geregeld een nieuwe golf rond, die aanspoelt
waardoor het dak weer drupt en ongemak geeft
vaak voordat een individueel schaap meent
iets te gaan missen, ga er maar aan staan

de kroegbaas duwt tegen de biertapkraan en verzucht:
volgens mij geeft de buienradar het moment aan
of je moet handelen, wanneer wildgroei wortelt
in te voedzame bodem

en ja, vervolgt hij, ook ik kan alleen een tap zetten
wanneer alle draden verbonden zijn
dan pas kan je een schoon glas vullen, scheef

om het opborrelend schuim voor te zijn
zodat het niet kan hechten

 

Marc Rothheut

EEN SUPERACHTIG LEVEN

De projector ratelt als een modeltrein door de kindertijd,
zodat ouders kunnen kijken naar een meeslepende strip:

reproducties op wit doek in popart en polychrome tinten.
Taferelen van zeesterren en schepnetje zoek, kleine helden

die taartbrandjes blussen en de goedheilige man op bezoek.
Vader ventileert de filmbeelden in het rond, geconcentreerd

geluk uit blik. Moeder komt op volle toeren, een kind sluit aan,
ze dansen licht door het schemerdonker op een viervoetige maat.

De punt van de naald huppelt op de plaat die deuntjes afdraait
en grift voorgoed die zinderende lach van moeder in het gezicht.

De spoel wikkelt af, het leven spoelt mee.

 

Trui De Mulder

Der Lauf der Dinge

We doen aan bezuinigen en zijn ook “bezig met” het milieu en dus is er een spaarlamp in de garage
waardoor het er erg donker is,
waardoor ik de was niet kan zien,
waardoor er erg weinig vuile was is,
waardoor we wat stinkig rondlopen,
waardoor mensen ons niet meer uitnodigen,
waardoor we geen cadeautjes moeten kopen,
waardoor we extra tijd hebben om onze financiën beter te beheren en minder stress over al dan niet het juiste       cadeau,
waardoor we zien dat we geen idee hebben waar onze centen naartoe gaan, waardoor we licht wanhopen en vast blijven houden aan onze 3000 euro die we nu maandelijks innen,
waardoor we ons huis kunnen afbetalen,
waardoor we niet reizen of naar het buitenland verhuizen,
waardoor het dicht bij ons wel echt goed moet zijn met een hart boven hard en Ringland en gemeenschapscentra met soep voor 1 euro,
waardoor iedereen soep wil en er dus ook meer groenten moeten geteeld,
waardoor er een stadsboerderij komt,
waardoor verschillende percelen bestemd voor industrie plots landbouwgrond moeten worden,
waardoor arbeiders ineens botten aanrijgen,
waardoor ze in de modder kunnen dabberen,
waardoor er al eens een moddergevecht uitbreekt,
waardoor iedereen de slappe lach krijgt,
en daar zaten we nu net op te wachten.


Jan Hardeveld

Na de winter
Als het ijs begint te breken
en het niet lang meer duren kan
tot de mensen van mijn dorp weer behoedzaam
uit hun huizen zullen komen

pegels aan de dakrand in slow-motion
hun druppels laten vallen
op de oude man die in de herfst
in zijn kartonnen doos in slaap gevallen is

paarden wachten, dampend bij het hek,
hoeven schrapend in nog bevroren aarde

In prikkeldraad een dode vogel hangt.

En binnenkort de wegen weer vol zullen zijn
van lachende meisjes.

Dan denkt men:
dit kan niet zonder taal.

***

Beter falen

Het begint met het zoeken naar woorden
voor zonlicht op een witte muur in de winter.
Of voor datzelfde zonlicht op een zwarte schouw.

Hoe wit dat wit is, en hoe wit
dat zwart is nog witter
dan recht in de zon kijken.
En de juiste woorden daarvoor
maar niet vinden. Zoeken
in de aarde, waar het echt zwart is.

En uiteindelijk tekortschietende woorden neerzetten
zo dat zonlicht op een witte muur
en zonlicht op een zwarte schouw