Het gezeefde gedicht | Het Gezeefde Gedicht

DICHTER VAN DE MAAND

Beste gewaardeerde dichters,

Het Gezeefde Gedicht start 2026 met een nieuwe rubriek: Dichter van de maand.

Hiermee proberen we een spijtige situatie gedeeltelijk op te lossen. Onze beste dichters die – nadat ze verscheidene keren in HGG publiceerden – een reguliere bundel konden uitgeven, bleven nadien in de kou staan, aangezien wij alleen debutanten steunen.
De betere dichters werden dus gestraft voor hun kwaliteiten en door het verdwijnen van Het Liegend Konijn slonken hun publicatiekansen nog eens extra. Daarom vinden jullie hier deze nieuwe rubriek.

Hiervoor kan niet worden ingezonden. Elke maand zullen wij een dichter uitnodigen.

Deze nieuwe rubriek zal kaderen in een gloednieuw project waaraan we momenteel werken. De dichter van de maand januari was al de proefballon. We hopen in september definitief te kunnen starten, samen met ook nog nieuwe rubrieken recensies.

JANUARI 2026

Annelies Van Dyck (1980)
i
s dichter, ingenieur en doctor in de natuurkunde. Ze combineert een lesopdracht wiskunde en wetenschappelijk schrijven bij KU Leuven met schrijven. Ze geeft voordrachten en is schrijfdocent bij Auryn en Creatief Schrijven.

Ze publiceerde in diverse literaire tijdschriften en bloemlezingen. In 2022 won ze de derde Zeef Poëzieprijs met haar debuut ‘We doen alsof het helpt’. In mei 2025 werd haar gedicht ‘Het Experiment’ aangebracht op het Leuvense Erasmushuis, thuis van de faculteit Letteren van KU Leuven, als deel van de kunst- en wetenschapsroute ‘And So, Change Comes in Waves’.
Ze ontvangt momenteel een werkbeurs van Literatuur Vlaanderen om haar tweede dichtbundel te verfijnen. Die bundel zal in het najaar bij uitgeverij De Zeef verschijnen.

Feest

Dit is ons huis, dat wil zeggen
het is niet ons huis, we delen het 
met de handen die het hebben gebouwd
lenen het van de sleuteldragers van straks. 
De muren dragen onze kleuren maar even.

Kom binnen, we openen voor jou
alle deuren. Schuif aan in de keuken
van onze moeders, we breken hun brood
dansen in het salon waar zij dagen haakten. 

Er is plaats en straks ook soep, dus schil
de aarzeling van je woorden, snipper je zorgen
kruid de avond royaal met tijd. Wij schikken 
rozen op de tafel, ook onze tafel
met verhalen rijgen we een ketting van toen 

tot morgen, breng niets mee
het nodige is er al, de chocolade
smelt bij lichaamswarmte.


Feest werd geschreven in opdracht van Femma Wilsele Putkapel en Wijgmaal naar aanleiding van hun eeuwfeest.

Was

Je lichaam ligt op de dunne matras
als de aders op je hand, strepen
voor alle mannen die je in je droeg.

In je lijnen lees ik wat komt
je wordt langzaam glad en wit
als was, een grondstof voor jaren.

Ik dicht de ramen
leg de tochthond aan de deur. 
Er is warmte om te blijven.

De overblijvers

We verlaten het water 
tellen zeedieren die aanspoelen op de vloedlijn  
tellen onszelf, de overblijvers die als siergrassen zullen wortelen 
in de menshoge kom van het strand. 
 
Onderweg scheuren we brood met natte handen. 
In de duinen meten we vrijheid af 
lapjes grond tussen twee zekerheden. 
 
Als hamerslagen op een zoutkorst 
bouwen we, breken we dag na dag onze schelp 
 
alsof de zon niet hongerig naar ons kijkt.