OKTOBER 2026

Peter Gielissen
Luc Vanhelmont
Emilie Heirbaut
Cindy Van de Velde
Zahir Turaj
Nienke van der Woude
Patrick Nijs
Rick Rococco
Gert de Graaf
Claire Moens

Peter Gielissen

Nachtflits

De afgesleten klinkers
op stille wegen naar de
nachtflits van je lach;
halfland van een droom.
Het rode krijsen
van de autopilot lonkt.

En niet veel later,
voor een vergeten altaar,
staan koets en ruiter
kleumend ver uiteen;
klaar voor de stille tocht.
Achter een haag zingen
vergeten vrouwenstemmen.

Maar god slaapt licht vandaag,
dus exen schrijven, instapklaar,
hun laatste boodschap in de sneeuw;
de heteluchtballon streelt
het verlangen in mijn hand.
De hoeksteen stoned,
in stollingswarmte wij.


Luc Vanhelmont

Mosselen

Mijn vader die de mosselen eet.
Ik ben stiller dan in de kerk.

De broodsoldaten in het gelid
klaar om met de vereiste vaart
te doen waarvoor ze dienen
- verdwijnen in zijn mond –
verlangen hevig naar hun ondergang.

Glimmend van dunk
het escorte van bestek.
Het blanke bord
geduldig onderworpen.

Damp kondigt de consecratie aan.

Hij steekt en slurpt en mikt
en steekt en slurpt en mikt
de schelpen in de porseleinen kom.
Tik tik tik.

Ik kijk en zwijg.
Tot nu.
Ik ben zijn misdienaar.

Emilie Heirbaut

Alles op zwart

Een parlement uilen vergadert
in de stakende klokkentoren.
Onder hen ademt de stad in ploegen:
overdag hijgen haar longen, ‘s nachts trommelt haar hart
en wordt elke nachtwerker een ader, gezwollen.

In een meterkast fluistert de elektricien
tegen draden dun als zenuwbanen.
Verderop ruikt het donker naar gist, rekt het deeg zich uit,
gekneed tot een beest dat wakker wordt
onder slaande vuisten.
Op de intensive zorg piepen machines
als munten die uit een gokautomaat vallen,
telt de verpleger slagen,
onthoudt het uur, het uur ervoor en het uur dat nog moet komen.

De uilen kijken het aan en knikken,
ook zij zijn een orgaan van deze nacht.
Ze blijven cirkelen,
een kroon van veren boven wie nooit, wie nimmer slaapt.

***

Spaarlucht

Sint-Niklaas ademt in duizend klimmende dromen,
een kleurrijk Icarusgeleide tegen de ochtendlucht.
We zijn ons bewust van de daling, maar kijken toch verblijd,
hebben geen zon nodig om te smelten.

September ademt mee: agenda’s, appels, aspiraties,
vijfentwintig ballonnen per klas, gevuld met andermans zomerlucht.
Ze bungelen boven de banken, wachtend op een teken om te stijgen.
Elk lesuur een ballon d’essai: we proberen het gewoon, opnieuw.

Wij pompen. Zij vliegen.
Wie een ballon vult, hoeft zelf niet te fladderen
om te weten hoe zacht een ander vallen kan.

Cindy Van de Velde

Joël

Elke dag schuifelde Joël de straat op en neer,
zijn hoofd onder een zwarte baret
Met de armen over elkaar geslagen
leek hij zichzelf bijeen te houden

Ze zeiden dat Joël niet meer werd gewassen,
hooguit eens gelucht
in zijn uitgedund kostuum
dat deed alsof het hem nog paste

We verdachten hem ervan
dat hij veel verder wou stappen,
maar aan het eind van de straat
draaiden onzichtbare handen hem weer om

Wanneer hij naderde werd ons spel even broos,
een bal rolde trager en iemand hijgde
dat je hem al kon ruiken
Joël zweeg en grijnsde scheef

We wisten het bijna zeker,
’s nachts gleed hij onder onze kamerdeur door
Dun als een postkaart,
paste hij in elke kier

Elke dag schuifelde Joël de straat op en neer
De grote mensen lachten dat hij de huizen hertelde,
wij voelden dat hij oefende
om ergens naar binnen te mogen

***

wettelijke vakantie

het windscherm worstelt met haar lijf,
toch slaat ze stokken in het zand,
spant uit oude gewoonte het zeil

ze neemt loopjes met zichzelf
ze denkt aan de zomers
vóór haar dijen gingen schuren,
tot ze begon te schuwen
dat iemand bij haar neerstreek,
alsof ze meeuwenpinnen monteerde

nu mengt ze water met pernod,
een lauwe poging de uren te dunnen
sinds haar binnenste doorhangt
verteert ze enkel wat troebel is

Zahir Turaj

Huizen zonder ramen

Ik telde nog de gebroken walnoten…
toen ze me meenamen naar een huis
met ramen, getralied door stilte.

Mijn vader schreef achter de morsecodes van de gevangenis:

"Mijn misdaad was jouw geboorte,
en jouw misdaad is het lezen van deze regel."

Mijn kleine broer hing de kebabs aan zijn vingertoppen,
alsof hij het vuur wilde uitnodigen
voor het feest van de schaduwen.

De bewaker droeg de PPSh-41 op zijn schouder,
en wij
zagen in de gebroken spiegels van de gevangenisplaats
hoe vader
met lege handen
de steiger van zijn gestalte
voor de galg optrok.

Die dag
kneep de PPSh-41
de keel van de geschiedenis dicht,

maar mijn kleine broer
lachte naar het geweer —

"Dat is speelgoed voor grote mensen!"

En we namen een foto:

een halfprofiel van staal,

een vuist vol vluchtende wolken,

en onze kleine handen
die het beeld
als brood verdeelden.

Al jaren
slaapt de PPSh-41 in het album,

haar opgedroogde bloed
omlijst door geraniumbloemen.

Elk jaar groei ik
tot ik de hoogte bereik
van die nooit gestelde vraag:
"Waarom ruiken huizen zonder ramen
altijd naar verbrand brood?"

Nienke van der Woude

Op een kier

Ik laat de deur op een kier
misschien dat het wat lucht geeft
of dat er iets voorbij dwarrelt zoals de
schaduw van een mens

Ik laat de deur op een kier
misschien dat er iets verkleurt en
als dat zo is dan wil ik daar wel
als eerste bij zijn

Ik laat de deur op een kier
zodat er iets doorheen kan
een kleine poes met snorharen
en zachte grijze oortjes

Ik laat de deur op een kier
je weet maar nooit
misschien jij

Patrick Nijs

Diverticulitis

Ik zie een lichaam dat aan de wetenschap toebehoort
Ik zie een lichaam dat uit zichzelf niet meer opstaat

Er zijn hulplijnen aangebracht om te overleven
geprogrammeerd door deskundigen achter een scherm
weggestoken data speldfijne analyses verzonken overleg
het bloed kronkelt zolang er boezemdruk blijft pompen

Ik kan daar niet bij met mijn verstand
Ik kan niet doordringen tot haar frontale

Er is het wegkwijnen van semantiek
stoma van afvallige innames
schimmel die antibiotica lust
afvoerslangetjes voor het kwade teveel

Ik hoor een stem die me niet vertrouwd aanraakt
Ik hoor een vrouw die ik niet meer herken

Rick Rococco

KINDERSPEL

we hadden de stoeptegels op hun kant gezet
zodat ze uit de grond staken als rijen tanden
we zeiden de grond ertussen zijn onze landen

en terwijl de wormen ondergronds
weigerden partij te kiezen
gaven wij al snel de voorkeur

aan ons eigen land en weigerden
andermans land vreedzaam te betreden
het was toen dat een van ons
oorlog uitvond
iedereen deed mee

Gert de Graaf

Virtuoos

De dichter rekte de taal zo op,
dat er niet meer stond wat er stond;
en wat je las was niet meer wat je las,
maar wat er niet stond.

Hij schreef: ik friezelde die ochtend
met mijn staatsgeheimen en zelfs
de ooievaar. Hij vermoedde wat
hij onbedoelde, maar las het niet

terug. Zag de grote zwart-witte
luchtzeilen en weende. Maar waarover?
Een vreemde weemoed is mij
overvallen; de juiste woorden zijn

onjuist. Ik zeg wat ik niet wil
zeggen, de regen stijgt op, wolken
lopen vol als ballonnen en
ik heb weer geen geweer.

Claire Moens

Testament

Later is een merkwaardig tijdstip.
Het begint telkens opnieuw.
Toch heb ik enkele dingen vastgelegd,
vulde namen in, een handtekening, datum.

De toekomst is kennelijk graag voorbereid.
Ik heb haar niet alles verteld.
Bijvoorbeeld wat een kamer doet
nadat niemand er nog iets zoekt.

Of waarom een boom zich niets aantrekt
van zijn eigendomsakte.
Dat leek me overbodige informatie.

Er zijn al zoveel mensen
die weten wat er moet gebeuren.
Ik heb alleen gezorgd dat het papier
op de juiste plaats ligt.