Het gezeefde gedicht | Het Gezeefde Gedicht


JULI / AUGUSTUS 2024

Johan Clarysse
Hilde De Paepe
Vince Noens
Monique Leferink op Reinink
Marc Terreur
Els Staes
Augustin Grenné
Janis Derie
Jan Remi De Vriendt

Johan Clarysse

Onderhoud

We overleggen de dag. Ik vraag hem waarin
hij nog gelooft na zoveel dode jaren. Of plicht
nog steeds als schaduw aan zijn kleren klit.

Hij antwoordt wazig. Als alles tijdloos is
zet taal je klem. Hoe zit dat in je hiernamaals,
vraag ik. Is de sofa even rood en pluizig als thuis?

Zijn levende doden even ijdel
als de passanten om de hoek?
Is altijd hetzelfde als niets?

Welke engelen hebben het voor het zeggen?
Denken ze er nog steeds binair?
Winnen gedichten er van geweren?

Wat drijft je, nu je houdbaarheidsdatum
zich verlengt van uur tot uur, van eeuw tot eeuw,
elk afscheid een leegstaande kamer is?

Hij geeft zichzelf niet prijs.
Geef mij maar de Olympos met zijn Griekse goden
die maar wat zitten aan te klooien, grijnst hij.

Morgen gooien we het over een andere boeg.

 

Hilde De Paepe

Cocooning

Waar zij wonen wil, heeft de mistral zonet
de gordijnen doen opbollen
en een stroom zoete broeierige lucht ontkurkt

het licht legt zich traag te rusten
met Ella Fitzgerald en schuifelende passen
op de krakende plankenvloer

of ze net als Snoek zo losbandig slapen kan
in spartelend water?

en of ook haar zinnen ’s nachts tot leven komen
en dit blanco blad als een warm bassin
tot aan de kantlijn vullen

het oplosmiddel onder de gootsteen
brengt verkoeling en soelaas
de schuimwijn op

het aanrecht onbehouwen achtergelaten
met het kind op de hinkelende stoep

we besluiten de zilvervisjes onder de badkuip
te houden

Vince Noens

Slaapverlamming

Ze hebben ’s nachts vier muren opgebouwd
en graven natte kelders uit.
Dat weet ik.
Dat is algemeen bekend.

Je moet er dronken boren naar de leugen
als naar 7 kilo zuiver kobalt.

Vraag niet waarom.
Ze zullen je doorverwijzen
van het lege kastje
naar de vierde muur.

Slechts als alle pennen zwijgen,
gaan de ketens aan het dansen.
Kijk naar mij, die krast op het plafond.

Raak niet verhangen aan de kinderlijke slaap

in de koelte van de warme winter,
het hoeft niet te sneeuwen,
laat op de te korte middag,
dwars op de stijgende waterspiegel,
één longinhoud lang.
Tot alles geruisloos wordt gesloopt.

Zo hier en daar
drijft wat waarheid boven,

valt wat onschuld
als gruis
uit de lucht.

Monique Leferink op Reinink

Perspectief

Een kind staat in een lege galerij
het telt tot alle ramen zijn gedoofd
knikkers rollen in de gaten van de nacht.

Er is iets stuk in het huis
in het kind, de gele chrysant
en de barnstenen vaas.
Maar open de maan.

Witte paarden galopperen langs de muren
honger kleeft aan jaren
zoals een mossel aan een rots.

Langzaam klimt de maan tot boven de geschiedenis.

 

Marc Terreur

Contactverbod

Met je ingegroeide weerhaken nog onder mijn schubben
werp je plots een stel verse hengels uit.
Ik ontwijk ze allemaal.

Behendiger geworden, stel ik vast,
en bovendien boeit het aas niet meer.

Er was een tijd dat ik aan al je lijnen had getrokken.
Met dobberende vragen, olievlekken
op pril, later minder pril water.

Maar in prismakleuren valt weinig te lezen:
niets van antwoord, amper licht.

Het oppervlak raakte schoongeveegd.
Het leven in de diepte hersteld.

Vergeet deze vijver.
Haal je dood gewicht van de steiger.

Probeer het een keer bij een andere vis.

 

Els Staes

Niemandshuis

Het huis heeft zijn laatste bewoner afgeschud
De jaren zijn erin getrokken, in hun koffers
heimwee naar een ingelijst verleden

Randen lekken traanvocht in de funderingen,
het poreuze skelet houdt
met muurscheuren het verval bij

Door de voegen breekt weegbree,
strijkt verder langs het beton,
overschrijft zijn houdbaarheid

De ramen kijken uit op de straat, die
kaatst geen herkenbaarheid meer terug


Augustin Grenné

Ruimtedieren I

we stuurden fruitvliegen, muizen, een kat
honden, konijnen en aapjes,
onbedoeld wonen er mosbeertjes op de maan

voor weten bestaat geen ontsnappingssnelheid
muizen paren na kosmische straling nog steeds
eieren komen ook gewichtloos uit

schildpadden bleken uitstekende ruimtevaarders
van de salamanders met gedeeltelijk geamputeerde voorpoten
werd niets meer vernomen

nog niemand heeft een lam gestuurd
voor het verlaten van onze dampkring nog
zou het sterven van angst

 

***

 

Ruimtedieren II

onder ideale theoretische condities onderzoeken wij de lichamen
van straat geplukt, een blaf, geen wrijving
niemand die ze ter aarde zal bestellen
maar alles komt goed als de parachute opent

omdat gewichtloosheid niet langdurig kan worden gesimuleerd op aarde
moet een verblijf in de ruimte tot meer kennis leiden
eerst suborbitaal, dan steeds verder
tot de afstand oneindig nadert

indien overleving niet staat gepland
nog voor het vergif in omloop kon worden gebracht
de datastroom uitdroogt, dan plaatsen wij een standbeeld
opgetrokken uit de straten waar het vroeger sliep


Janis Derie

Ik denk aan je afwezigheid in de vorm van een grote gedaante
Ingekerfd, ik schrei op de houten tafel
En ik wens dat het je lijf was, van mahonie gemaakt
Dat ik je kon kopen in een meubelzaak
Laat verder leven in mijn eetkamer
De plek waar mijn ellebogen kunnen rusten
Een draagvlak met nerven
Het bewijs van je levenservaring
Ik mis je in de grote dingen

 

***


Zelden kwam een nachtelijke beslissing op een goed spoor
Ik heb er een doolhof van gemaakt, een wirwar van straatnamen
Speciaal mijn avondschoenen aangedaan, op zoek naar een shortcut

De tegels liggen languit te wachten
Stap niet op mij schreeuwen ze, maar ze willen niks liever
Betonnen loper, breng me naar de feesttafel

Plein genoemd naar persoon die ooit iets heeft betekend
net niet genoeg voor een fontein
De stad doet de lichten uit
schaduw kruipt over de grond

Een donker laagje was omhult de zorgen die me wakker houden
Het is plakkerig en ruikt naar benzine
Ik zou vlam kunnen vatten op het midden van het grasplein,
maar er staat een bordje waar ik niet voorbij mag stappen

 

Jan Remi De Vriendt

Na de verzengende zomer
 

Zoals je met honderd kikkers
geen pot gifgroene verf kunt maken.
Zo dus.
 
Zoals je met zijn allen
geen CO2 uit de lucht gaat staan zuigen
met een verboden rietje.
Zo dus.
 
Het duistere, het kompasloze.
Zo dus. Aan foto’s van bossen in boeken
stellen we ons bloot. Relaxerend
Geen paniek.
Woud is een woord dat we alleen
nog kennen uit sprookjes.
We zullen eiken populieren knotwilgen
opvrijen. We zullen stammen knuffelen.
Fluisteren tegen kerstbomen.
 
De komst van de eerste kille ochtend
na de verzengende zomer wordt
ritueel
in groep verwelkomd
op het dorpsplein.
Met fanfaremuziek die jengelt en deint.