Het gezeefde gedicht | Het Gezeefde Gedicht


MAART 2026

Barbara De Munnynck
Sam De Schutter
Pieter Kesselaers
Matthias Van de Velde
Manu Gabriëls
Erwin Evens
Zaher Turaj
Greta Marien
Peter Kauwenberghs

Barbara De Munnynck

Machtswissel

Ze wachten al zo lang
Het is een dagtaak
een erezaak geworden

Ze hangen uit gerieflijke
torens, wijzen tekens en
wegbereiders aan

Ze teren op een komst,
verre toekomst maar
ons bonzen bonst nu
en zwelt aan

We zijn de handen
op hun deur, de verhoogde
hartslag als pijn die klopt
in een hoofd zonder kroon

Tijd scharniert en het licht
vindt z’n kieren, voeten
snellen omhoog – wie zijn wij?

Wij zijn het donkere paard
de clou van het raadsel
we rennen op vier, twee
drie benen voorbij

Een ivoren trap
Alles went, alles wentelt

Hoezo heeft onze komst hen verrast?

Sam De Schutter

Wielertoerist

de wind windt zich op
ik trap steeds trager
de kale bomen fluiten
als mijn turnleraar in ’t lager

druipend druip ik af
mijn koersfiets opgeborgen
ik ben poëet en geen atleet
besefte ik vanmorgen

Pieter Kesselaers

Tijd nemen

Tijd zou je moeten kunnen kopen. Bij de bakker
of online net voor middernacht. Op de markt na
het horen van “Het is het laatste kwartier!”, vergeet
je zeker niet te reppen.

Misschien heeft er iemand wat te veel. 
En kan je voor een vriendenprijs
weer een tijdje verder.

Of wat dacht je van een automaat waaruit je
tijd kan draaien. Voor wanneer de nood het hoogst is, 

alles toch nog even verder gaat.

Matthias Van de Velde

OMSTANDIGHEDEN

Toon me de grond onder je voeten
en ik vertel je waar het vluchtspoor vandaan kwam
wat de schrammen boven je knieën
verklappen en waarom de kaars ’s nachts soms
toch beter langs weerskanten opbrandt

hoe de wind waait als je ’s morgens
over de bruggen raast waar de appelmoeswolken
midzomernachtdromen stomen
en het slobberwater uit zijn vieze plakbek ruft

de mensen altijd zagen, maar vergeten te zien
naar alles wat ons recht houdt
want iets blijft hier maakbaar
tussen alle vernieling in

Manu Gabriëls

identiteit

de dag struikelt over mijn jurk
soms verlies ik een hakschoen
nooit een prins in de buurt

ooit was ik een lichaam
van opgelegde stoppels
zelfs een bal van operaties vergeet de breedte
van gelakte tenen

de nachten passen me beter
dan kleurt mijn as tot snuifpoeder
ik veeg de roddels af
doe alsof, mijn neus bloedt

Erwin Evens

Olifant

olifant doorzoekt zijn heden dat krimpt bij elke vraag
loopt onrustig heen en weer tussen de antwoorden
terwijl hij stampvoet in zijn hoofd
krijgt hij zijn geheugen niet meer gezegd

ogen zakken weg tussen de rimpels
en alles wordt mager nu, trager de gebaren
kaler de kop met oren die niet horen
waar het geluid zich heeft verstopt

een kwijnend brein voedt de hongerstaking
die geruisloos in zijn lijf is gestart:
olifant staat te sterven rondom
zijn niet kapot te krijgen olifantenhart

****

Hapering

tijd is de specht in mijn keel
en ik zoek je op, bezoek je, zoek je
maar je hapert in het beeld dat ik van je had

achter de laptop met de wezenloze blik
die stuitert in dezelfde seconde
geen vraag die nog moet gesteld

wat ons rest is het stamelen
schilderij dat uit de haak
het zeurende gat in een sok

de vergeten namen van kinderen
antwoorden die achteraan in de keel
de knipperende cursor die wacht

zoals van iemand de gebaren, een stem
de blikken, een verzameling woorden
beëindigd met:

Zaher Turaj

Mijn tante

Mijn tante stond op de *Asmai-weg
haar schaduw strekte zich uit tot aan de horizon
Haar ogen waren twee rusteloze stromen

Ariana High School luidde de bel,
leerlingen, in het wit geklede duiven,
sloten de zwarte vleugels van hun boeken
en verspreidden zich in de avondwind.

De wegen waren leeg.
Alleen het gebrul van Stalin-tanks was te horen,
kloppend op het hart van de trottoirs.

Tante —
zij werd een gebogen boom langs de weg:
haar wortels vast in de wachtende aarde,
haar takken uitgestrekt naar de verre heuvels,
waar het lied van de verloren soldaat
werd gesmoord in de keel van de mist.

De zonsondergang sleepte
de zoom van haar rok over de grond.
En zij stond er nog steeds:
het door de wind bewogen hemd bedekte haar trillende lichaam,
haar witte sjaal werd de vlag
van de overgave aan de nacht.

Ze riep:
“Manan, mijn zoon!”
Maar alleen de echo
van de Asmai-berg antwoordde —
zijn stem door lege kogelhulzen
terug naar de hemel gestuurd.

Nu is de weg een herinnering met gebroken tanden;
elke steen draagt een naam die in zijn borst is verdwenen.

En elke nacht brengt de tante haar schaduw
naar de poort van de slaap,
zodat haar zoon misschien,
in een droom,
vanuit de laatste bocht van de heuvel
kan terugkeren met een beker vol sterren.

*Asmai is de naam van een straat en berg in Kabul.

***


Mijn voeten doen pijn

Mijn voeten doen pijn als de grond
onder de ijzeren wielen van Sovjet-oorlogstanks.

In de wijngaard nip ik aan Kangene-wijn
uit de keel van de verbrande aarde
van mijn vader.

’s Nachts, in verzopen dromen,
kronkel ik van de pijn.
Jouw naam groeit als een verboden kruid
uit de as van mijn ruggengraat.

Mijn stem verdrinkt langzaam
in de meren van ballingschap,
en morgen hebben we een examen op school.

Ik blader door het woordenboek.
Engelse letters kleven aan mijn vingers
als prikkeldraad:

Democratie is een reeks punten
die elkaar nooit raken, een onbekend werkwoord
dat altijd in de toekomende tijd verdwijnt.

Greta Marien

Impasse

Er is geen weg terug, zei hij
Terwijl hij zijn veters strikte
Ik weet nog dat de zon
Opkwam achter de perelaar

En dat een distelvink
Aan de bloesems pikte
Van een voorjaar dat openbarstte
Als een clusterbom

Er is altijd een binnenpaadje, zei ik
Met wat ik had bijeengeraapt aan
Moed en overjaarse zinnen,
Een zielenknijper, een verre tocht
Een taoistische variant van beminnen

Hij lachtte en kneep het
medaillon stuk dat ik hem ooit
hoteldebotel geschonken had

dat schip is gevaren, zei hij stroef
terwijl hij weemoedig
naar de einder keek
waar twee masten
de horizon ontvoerden

Peter Kauwenberghs

Een winterochtend in de rand

De lucht staat - zie icoon - nog op niet storen
en toch breken al veel meldingen door.
Een tram ding dingt naar aandacht, ieder spoor
van stilte raakt weer razendsnel verloren. 

En praten doet het bloed wat sneller stromen
dus kraamt de markt straks vrolijk onzin uit
naar jongens die de maan dronken en luid
vaarwel zeggen en grote levens dromen.

Bedenk ik in een dorpje iets daaronder
waar ‘t weekend voor de deur ligt als een hond.
Hier zorgen enkel wolken voor gedonder.

Ik prijs deze gemoedelijke grond
- parkeren lukt hier goed - maar kan niet zonder
de stad die zich voor eeuwig aan mij bond.

***

Hoe alleen zijn in oktober: een stapplan

Wie wantrouwt de wandeling? Waarom?
Vrees niet het gesprek met de natuur. Ze praat niet terug.
De wind zegt je niets
en doet dat recht in je gezicht.
Het stormt, bemin de oude bladeren. Toch minder slap
dan achterklap. Een boom zwijgt raak
zonder ruggespraak.
Wandel en wees niemand.