Het gezeefde gedicht | Het Gezeefde Gedicht


JUNI 2021

Sarah De Grauwe
Tessa Joosse
Matthias Haeck
Marije Smits
Mieke Stessens
Robbe Ghijsels                

Sarah De Grauwe

Nocturne

Rear window in real lifes
Torso en Miss Lonelyhearts:
twee poedels op een klein balkon
Een schaduw sloft gebogen
in clair obscur van links naar rechts
Voor het raam ontspint zich traag
een stomme film van zwart en grijs,
en vijftig tinten gloeilampgeel
Blokjes boven blokjes
Hokjes boven hokjes
Levens in een kruiswoordraadsel
In een Rubik’s kubus van beton
De postmoderne metropool:
mega, maar toch magisch
City lights en Hopper
en vreemde saxofoonmuziek
Sirenes overstemmen
de nocturnes van Satie
Zo nu en dan zie ik de sterren
van wandelsigaretten


Tessa Joosse

Stonewashed

Kapsels van jongens kort voor lang achter
sluike watervallen op buikschuivers
racen buiten het hek in het tussenuur

Ik bereken met hoeveel newton de kauwgum
met hoeveel newton moet gekauwd
voor een nonchalant effect

Proef de woorden in mijn mond
acid, atheïst, onanie
vol beloften weg van hier

Als je 50% kans hebt op overleven
door wie wil je dan verkracht
vragen vriendinnen op het plein




****


Bijvangst

de jonge haai is een verloop
van grijs en opgedroogd
op de kaai twee jongetjes
gebruiken hem als bankje
met beide handen ondersteunen
ze zichzelf op griezelig zitvlees
om hen een kring
de mensen lachen
deze haai zal niet smaken 
op de tongen van dit eiland
de zuiderwind aait langs zijn doffe oog
de stank de stank die nu nog zilt
komt al in de verte

ik sta in de kring
naast de ouderlingen
ze houden hun hand
langs hun bleke gezicht
mij uit hun blikveld werend
ook ik ben niet bedacht
om hier te blijven

een incisie
waar de rulle huid het
aaibaarst is het licht
het kwetsbaarst
is zoekend door
mijn binnenvis
de vondst benoemend
Dit is de lever!
waarop de menigte instemmend knikt
En dit het hart!

Matthias Haeck

Mannen

Op een dag kijken ze ongevraagd in je lens
het wapen van hun toekomstige doodsoorzaak
nonchalant tussen de lippen.
En je snapt plots: in die mondhoek
bungelt de motor van hun leven.

Ze sturen je een dringende boodschap:
laat sporen na, takel de marge toe.
Land stijlvol in een droge gracht,
leg plechtige eden af en verwerp daarna alles
met de swing van een golfspeler.

Maak in gezelschap per abuis een stekelige grap
die aan de aanwezige lijven blijft kleven
maar niet dik maakt.
Zorg voor een lijvig album, denk niet aan een laatste bladzijde.

Al het licht tot de horizon is hier.

 

***

 

De grote dag

Na een halve eeuw rijpen
ben je op je best, sta je op de kaart
tussen dure entrecotes
en op houten vat gelegen scotch.

De tijd is eindelijk gekomen
voor die ene grote toespraak
te midden opgekamde heren
en in lotions gedrenkte dames.

’t Was wachten op het juiste ogenblik
na jaren tellen en terug vergeten,
dat wanneer de kam de waarheid toont

de grote dag is aangebroken.


Marije Smits

leren vallen

alsof je zowel in de kroeg zit als bij een sollicitatiegesprek alsof je 
pannen lapt en een boekhouding bestiert alsof je met je 
neus dicht vanaf een duikplank je fietstassen met boodschappen 
uitlaadt alsof je je hersens uitgeleend hebt en je oren en handen 
aan een ander toebehoren alsof ik mezelf expres te kakken zet

er kruipen tientallen boktorren, nee mollen door mijn beenderen

en een groepje spierkevers vreet aan mijn pezen, ik overdrijf 
maar dat doen zij ook
een kuit, een schouder, knie die stroef is en ik wacht 
tot het overgaat
 
en er is stilte in mij want er is iets gestorven in mij
ik rouw om wat niet is geweest of zal zijn en wat er niet kan zijn
mijn mentaliteit van nuchtere hollander, zuinig, efficiënt
wordt als oude riolering vervangen in een straat
 
in een bocht van de oprit van de snelweg ligt sneeuw zwart van vuil
de bocht is rond en wij vliegen erin, zoveel natuurkrachten
in zoveel hoofden en een wil om te denken dat we het allemaal zelf doen
 
als het ongeluk niet naar mij komt, er is zo weinig verkeer in deze tijden
val ik op de keukenvloer, me bezeren was al een gewoonte 
dus dat maakt niet de indruk
maar het liggen, hoofd laten rusten op de koude vloer,
het lichaam languit is een sensatie
deze geheel nieuwe ervaring opent mijn geest voor alles wat ik niet weet

 

Mieke Stessens

Verleden tijd

Ik vraag me af of je glimlacht
telkens wanneer je het deurtje opent

Ga je meteen voor me zitten
of zet je eerst koffie?

Ik beeld me in dat je zucht
als je de omslag open scheurt, dat je
voor je uit staart en ook iets mist.

Er blijft zo weinig over, een velletje
maar ik voel je vingers die de letters raken

mijn rug die rust tegen jouw borst 
zoals het papier in jouw handen. 

 

Robbe Ghijsels

deksels

Je bent het type persoon
voor wie ik stop met koffie drinken

je doet me denken aan hoe wij
net zoals de zon in de ruimte blijft branden
zonder zuurstof
genoeg hebben met te weinig

aan hoe
elke keer je naar de sterren kijkt
het enkel de Poolster en de Grote Beer zijn die opvallen
dat enkel die twee ertoe doen
enkel die twee volstaan
en vol van licht staan

hoe bij elke tuimeling
de aarde rond ons draait
en wij niet duizelen
hoe goed wij samen kunnen turnen

je doet me bedenken
dat als jij het deksel bent op mijn pot
je die zult zijn
van elke potvorm die ik aanneem
hoe je de kurk bent bij de wijn
en geen smaak achterlaat
hoe je op mijn thermos alle warmte binnenhoudt

maar als je ziet
hoe goed wij samen kunnen turnen
dan ben je boven alle deksels
vooral het deksel op mijn urne