Het gezeefde gedicht | Het Gezeefde Gedicht


JULI - AUGUSTUS 2026

Matthias Van de Velde
Nienke Van der Woude
Zahir Turaj
Stella Loning
Nathalie Depoorter
Job van Asselt
Martin Berghoef
Patrick Verstraete
Lien Van Droogenbroeck

Matthias Van de Velde

SPOREN

Straks rest van dit alles niets meer
dan wat steengruis, gebroken tegels
en de jaarringen op het kopshout
dat het dak boven je kosmos stutte

maar heel soms als je geluk hebt
borstelt iemand je funderingen
terug uit het leemzand, leggen ze
je kostbare artefacten opnieuw bloot
in de klamme kleilagen, helemaal

terug naar het eerste metselwerk
van deze heem, dit wonderlijke
onderkomen rondom alles wat ooit
je hele mooie wereld was.


Nienke Van der Woude

Infinite

Er trekt een lange stoet van vreemden
door de straat die eigenlijk meer een rondje is
De vreemden wenken de vrouw die op het
punt staat te bellen met het hiernamaals

Een clown met een op en neer wippende
bloem op zijn hoed tovert een grijns
Hij gebaart en zwaait met een witte hand
van drop

De vrouw aarzelt, telt de seconden
hoort een deun vervagen tot klanken in de
verte. Ze begint zich met een frons te
concentreren

De vrouw krijgt geen gehoor in het
hiernamaals, ze ijsbeert heen en weer haar
rode mond wijd open als door het raam de
stoet alweer in zicht komt


Zahir Turaj

Lied van Vuur

Moeder
slikt het geluid van explosies in,
zodat de slaap
niet uit de ogen van de kinderen vlucht.

Kinderen
rapen in tuinen en langs wegen
scherven van granaten,
en maken het gewicht van de dood
lichter in hun vuisten.

Maar
achter het raam
herinneren de bloempotten zich
al lang geen dorst meer.

En God
zit vast
tussen de uit de kalender gescheurde dagen.

’s Ochtends
verzamelen ze de dromen van kinderen
uit de wonden van de aarde
en verkopen ze
aan daken
zonder schaduw.


Stella Loning

Lichtwerkers

Al de mooie lichtwerkers
schijnen het pad bij
voor de dolende planeten
ontsnapt uit hun baan

Ze zweven vrij in het heelal
en de lichtwerker weet het al
de hele wereld zit in hen
de wereld in het klein
ze draait rondjes op het plein
achter het hek
en ze zijn afgedwaald
maar niet gek

***

Mijn binnenste wil buiten spelen

Mijn binnenste wil buiten spelen
ik bouw niet langer aan mijn luchtkastelen
de dromenvanger vangt mijn nachtmerries wel
uit de lucht vang ik blauw
en uit jouw ogen
de kleur waar ik het meest van hou
Daarmee kleur ik de wereld in
aan het einde
vind ik het begin
alles draait alsmaar door
de deurbel gaat
en jij staat voor


Nathalie Depoorter

Puik resultaat voor getallenleer en meetkunde: proficiat en doe zo verder!

Je speelt onbezonnen met bollen en kegels
En zondigt voluit tegen volgorderegels

Je kijkt door elk lichaam als was het een ruit
Strekt je, onbeschaamd, op de X-as, languit

Je wiskundeboek zindert nog even na
De zomer een vraagstuk, je hart algebra

De zon is een cirkel, een hoek maar dan vol
Je rekent geen omtrek: een bol is een bol

Je smeert zonnecrème in ontbonden factoren
Laat niets de oneindige rechte verstoren

De prijs van een ijsje: iets hoger dan pi
Natuurlijk getal in je hand: exact drie

Een schalkse blik naar de verkoper volstaat
Hij geeft jou het hoorntje, jij likt, mondjesmaat

Hij ziet je rapport niet, voor hem staat een meisje
Merkwaardig product met een vanille-ijsje

Jij denkt: heel die wiskunde kan dan wel kloppen
Maar ik wist toch mooi die verkoper te foppen


Job van Asselt

Onbegonnen werk

Ik ben van geen enkel belang
in de beleving van een vleermuis.
Ach, ik moet mezelf ook niet tekort doen,
wellicht word ik met de echolocatie
wel geregistreerd als een zwaarlijvige struik
of een jonge lantarenpaal.

Zo ben ik het omkijken niet waard
slechts een obstakel onderweg naar het water
waar de mugjes zullen vliegen en de
vleermuizen zullen luisteren. Een spel
waar ik niet bij hoor.

Ik ben van geen enkel belang
in de beleving van een vleermuis.
In een wereld van gesloten ogen
drijf je voort,
op ontelbare golfjes van geluid.

Hoe galmen de bomen, hoe echoot een muur
hoe weerkaatst een schoorsteen hoe
luid is een veld hoe
klinkt een andere vleermuis?

Ik ben van geen enkel belang
in de beleving van een vleermuis.
Slechts een obstakel, onderweg naar huis
en als contour binnen jouw echo
ga ik op in een landschap, wat ik nooit zal zien.


Martin Berghoef

Bezoekuur

Een kleine dame loopt
door de wandelgangen.

Ze klopt met haar knokkels
op deuren zonder klink.

Soms hoor ik haar huilen
achter een muur. Even verderop
draait een sleutel om.

***

klein oponthoud

er zijn dagen
dat ik mijn dochter zoek

in meisjes
die voorbij fietsen

ik kijk
tot ze de hoek om zijn

het stoplicht
springt op groen

iedereen steekt over

ik wacht
nog één licht

aan de overkant

raapt een meisje
een veer van de stoep


Patrick Verstraete

Verdriet

Een wolk schuift voorbij
zonder zich te herinneren
waar ze ooit vandaan kwam.
Op tafel liggen dingen
die niets willen zijn,
een glas met de afdruk
van een mond die niets
meer te vragen heeft.
Papier dat zich niet laat
beschrijven, omdat niemand
het woorden geeft.
Stilte weigert te vertrekken
niet uit koppigheid, maar
omdat ze nergens heen kan.
Het water verdampt
zoals tijd dat doet
wanneer men niet kijk


Lien Van Droogenbroeck

Ontvlagd

Was ik een strandvlag, 
ik koos geen kleur. 
Te wispelturig. 

Soms waai ik rood. 
Mijn zee ramt, 
kolkt koppig, 
grijpt je bij de enkel 
en smijt je het strand terug op. 

Soms word ik geelrood. 
Ook vlaggen wapperen S.O.S. 

Af en toe wiebelt mijn stroom, 
net als mijn humeur. 
Gele vlag. 
Zwemmen mag,
op eigen risico.

Meestal zwaai ik groen.
Mijn zee een tropisch bad,
een oermoeder die je baart,
klotsend het strand op wiegt.

Geen redders nodig.
Je drijft vanzelf weer boven.

Tot ik de vlag
met het vraagteken hijs:
het kind in mij gevonden,
drijfnat en stralend.

Geen vlag die dat dekt.

***

Vertienerd

We kijken naar het vogeltje.
Rimpels nemen pauze.
Puberteit komt uit pensioen.
De foto nu in kleur.

We knikken tegelijk.
We delen tenslotte gangen,
refter en tienerzweet.

We tikken als metronomen
en zingen als een orkest.
Een paar valse noten.
De blazers blazen die wel weg.

We lachen om anekdotes,
half verdampt.
We delen ze tot condens.
Zo krijgen ze weer vorm.

We grijpen de tijd
die even stil mag staan.
Vertienerd de nacht in.